Vrouwe Elisabeth. Wie was ze?

Door Roland van den Bergh

Zij behoorde tot de hoge adel, bestuurde op latere leeftijd haar eigen gebieden en leefde in zeer woelige tijden. Elisabeth van Culemborg (1475-1555), diep gelovig en overtuigd katholiek, was 42 toen Luther zijn stellingen tegen de katholieke kerk publiceerde. De opkomst van het protestantisme moet haar met afschuw hebben vervuld.

Jan van Luxemburg

Toen Filips de Schone trouwde met Johanna van Castilië werd Elisabeth haar hofdame. De band met het Bourgondische en later Bourgondisch-Habsburgse huis werd nog sterker door Elisabeths twee opeenvolgende huwelijken.

Aan het hof ontmoette ze Jan van Luxemburg, een neef van Filips. Ze trouwde met hem in hetzelfde jaar dat Jan tot vliesridder werd geslagen. Lid zijn van de Orde van het Gulden Vlies betekende dat je behoorde tot de binnenste kring van vertrouwelingen rond de vorst. Met Jan steeg dus ook Elisabeth naar grote hoogten.

Maar Filips de Schone overleed al op 28-jarige leeftijd. Zijn vrouw Johanna leek de dood van haar man niet te kunnen verwerken. Vanaf dat moment kreeg ze de bijnaam ‘Johanna de Waanzinnige’. Ze werd opgesloten in een Spaans klooster. Of Johanna echt krankzinnig is geworden of dat haar vermeende krankzinnigheid een politieke zet was van haar tegenstanders om haar van de macht af te houden, blijft voer voor historici. Er zijn helaas geen bronnen bewaard gebleven die ons vertellen wat voor impact deze gebeurtenissen op Elisabeth hebben gehad.

We weten wel dat ze vervolgens eerste hofdame werd van Margaretha van Oostenrijk. Margaretha, de zus van Filips de Schone, was na diens dood benoemd tot landvoogdes van de Nederlanden. Jan werd lid van haar Geheime Raad, in die tijd het hoogste regeringsorgaan. Slechts twee jaar daarna echter stierf ook Jan.

Anthonis van Lalaing

Ook nu weten we niet precies hoe Elisabeth hierop heeft gereageerd. Gezien de tijd waarin Elisabeth leefde en gezien de positie van de vrouw toen, moet dit ingrijpend zijn geweest. Elisabeth was op dat moment 32 jaar oud. Een nieuw huwelijk zou haar status en positie kunnen redden. Dat huwelijk kwam er. Binnen een jaar na Jans dood trouwde ze met Anthonis van Lalaing. Anthonis was een goede vriend van Jan, had samen met hem gereisd, kwam uit een goede familie en was eveneens bezig carrière te maken aan het hof. Een goede, tweede match dus.

Anthonis maakte pijlsnel carrière en zijn ster rees zelfs nog hoger dan die van Jan. Inmiddels was Karel V aan de macht en Anthonis werd benoemd tot lid van de raad en vervulde daar het ambt van hoofd van financiën. Ook hij werd tot vliesridder geslagen. Karel V verhief de heerlijkheid Hoogstraten, aan Anthonis geschonken door Elisabeth, tot graafschap. Uiteindelijk schopte Anthonis het tot stadhouder van Holland, Zeeland en Friesland en later ook van Utrecht.

Toen Margaretha van Oostenrijk in 1530 overleed, was Anthonis een tijdlang de waarnemend landvoogd van de Nederlanden. Een dergelijke positie legde Anthonis en Elisabeth geen windeieren. Zij voerden een grote hofhouding, bezaten verschillende kastelen met inboedel en hun schatkist was goed gevuld. Elisabeth behoorde op dat moment tot de hoogste adel in West-Europa.

De tijden waren zoals gezegd woelig. De opkomst van het protestantisme vroeg om harde maatregelen. Ketters moesten op last van keizer Karel V op de brandstapel worden gezet. De Turken sloegen het beleg op voor Wenen. Hendrik VIII van Engeland veroorzaakte een schisma binnen de katholieke kerk.

Dichter bij huis woedden de zogenaamde Gelderse Oorlogen, een langlopend conflict om grondgebied tussen de huizen van Bourgondië en Gelre. En dan waren er de voortdurende veldslagen en oorlogen die de Bourgondisch-Habsburgse vorsten voerden tegen hun rivalen, met name tegen de Franse koning.

Kinderloos

Anthonis stierf in 1540 en vanaf dat moment trok Elisabeth zich terug in Culemborg en nam zelf het bestuur op zich. Dat deed ze met stevige hand. In navolging van haar keizer vaardigde ook Elisabeth een plakkaat uit tegen ketterij. Uiteindelijk zag ze zich genoodzaakt de ketter Koen Jansz te laten onthoofden.

Ze voerde strengere regels in voor de katholieke mis, waar tot haar ergernis de Culemborgse jeugd veel te veel lawaai maakte. Ook wilde ze het jongenskoor vernieuwen en naar een hoger niveau stuwen, kennelijk omdat het niet om aan te horen was. De komst van de jezuïet Hezius naar de Barbarakerk moet haar zeer welkom zijn geweest. Met zijn preken wist hij, voor korte tijd althans, het protestantse tij te keren.

Elisabeth bleef kinderloos, maar ze heeft wel degelijk haar aandeel gehad in de opvoeding van een aantal kinderen. Zo verbleef een bastaarddochter van Karel V een tijdlang aan haar hof. Dit was de latere landvoogdes Margaretha van Parma. Ook haar achterneef Floris van Pallandt poogde ze volgens strenge katholieke leefregels op te voeden. Des te navranter dat juist deze Floris zich voor en tijdens de Beeldenstorm ontpopte tot een fel voorstander van het protestantisme.

Minutieus legde Elisabeth in haar testament vast naar wie haar rijkdommen zouden gaan. Naar goed katholiek gebruik ging er ook een substantieel bedrag naar goede werken. Ze bepaalde dat een grote restsom besteed moest worden aan ‘de armen’. Voorwaarde was dat zij die profijt trokken van haar erfenis tot in de eeuwigheid zouden bidden voor haar zieleheil.

Dat de testamentair-executeurs kozen voor onder andere twee weeshuizen, een kleine in Hoogstraten en een grote in Culemborg, is dan ook niet verwonderlijk. De wezen moesten dagelijks tijdens de mis voor Elisabeth bidden. Volgens de overlevering stierf Elisabeth op 9 december 1555 op 80-jarige leeftijd zittend in een stoel. Haar fiere adeldom dragend tot in de dood.